Hollandse graaf, eigenaar van Oud-Vlissingen

 

De eerste bewoners van het oudste Vlissingen waren ongetwijfeld vissers met hun gezinnen. Volgens een charter uit 1247 was dit eenvoudig vissersdorp voorzien van een kerk, een pastorie en een gasthuis waar de vreemdeling, bij zijn passage naar Vlaanderen, tijdelijk kon verblijven. 

 

In die tijd lag het dorp een heel eind landinwaarts. De vissersschuitjes vonden daar een beschutte veilige toevluchtshaven. Ook het overzetveer naar Vlaanderen had daar waarschijnlijk een plaatsje. Als gevolg van watervloeden en overstromingen zijn in het verleden grote stukken grondgebied, gelegen voor het dorp, in zee verdwenen. Zo ging tussen de jaren 1331 en 1439 ongeveer de helft van het Vlissings grondgebied voor de huidige boulevards verloren.

 

In een oorkonde uit 1264 doet ene Wisso van Coudekerke afstand van zijn kasteel dat hij eerder in Oud-Vlissingen had laten bouwen. Dit zou moeten betekenen dat er omstreeks die tijd ook sprake was van een Nieuw-Vlissingen, zuidelijk daarvan gelegen.

 

Omstreeks 1294 kocht graaf Floris V, der keerlen God, dit gebied tezamen met nog enkele andere ambachten. In die periode breidde de kustvisserij zich flink uit met de haringvisserij waardoor het nodig was de haven te vergroten. De moord op Floris V in 1296, had echter tot gevolg dat diens plan om de haven te verbeteren enige tijd zou stagneren.

 

Van het dorp Oud-Vlissingen, gelegen achter de huidige Boulevard Evertsen, zijn weinig sporen overgebleven. Tijdens het beleg van Vlissingen in 1809 werd een groot gedeelte verwoest. Wat nog overgebleven was, verdween een jaar later toen Napoleon de vestingwerken rondom de stad liet aanleggen.

Literatuur:

D.E.H. de Boer, e.a. 
De Hollandse graaf Floris V in de samenleving van de 13e eeuw.  Utrecht 1996.
H.G. van Grol  
De geschiedenis der oude havens van Vlissingen    Vlissingen 1931
 

 

Oud - Vlissingen
1247 - 1810
Wapenbord Oud-VlissingenOud-VlissingenOud  Vlissingen