Frans Naerebout, loods en mensenredder

 

Het was zaterdag 23 juli 1779 toen het fregatschip Woestduyn, met bijna honderd opvarenden, komende uit Batavia, na een lange reis de kust van Walcheren in zicht krijgt. Naast de bemanning had het schip ook passagiers, waaronder vrouwen en kinderen, aan boord. Bij Zoutelande liep het vast op een zandbank.  De Vlissingse visser Frans Naerebout wist in samenwerking met 8 andere redders de meeste opvarenden veilig aan land te brengen 

 

In het Engels kanaal was een loods aan boord gekomen waarvan de kapitein van de Woestduyn dacht dat hij verstand had van de vaargeulen voor de Walcherse kust. Helaas bleek dit een misrekening. Op die zaterdagmorgen liep het schip voor de kust van Zoutelande in een vliegende storm vast op een zandbank. Het schip kon niet uit zichzelf los kon komen en werd een speelbal van de woeste golven.  Al snel werd een sloep met zeven personen over boord gezet die met veel moeite de kust kon bereiken. Een reddingsboot van de Oost-Indische Compagnie weigerde uit te varen in verband met de hoge grondzeeën en de verslechterende weersomstandigheden.

 

Die nacht besloot Frans Naerebout samen met zijn broer Jacob en nog zeven dappere Vlissingers naar het schip te zeilen om de overige opvarenden van het verloren schip te redden. Toen ze laverend tegen de stormachtige wind uit het noordwesten bij de Woestduyn kwamen, zagen ze hoe de opvarenden zich op twee stukken van het wrak vastklampten.

Met veel moeite werden 71 opvarenden aan boord genomen, die ’s zondagsmorgen om elf uur in Vlissingen aan wal konden gaan.

Na een goed uur besloot men nogmaals uit te varen om de 16 overgebleven schipbreukelingen, waaronder de schipper en de stuurlieden, te redden. Ook deze reddingsoperatie slaagde wonderwel, zodat in totaal 87 mensen van de verdrinkingsdood werden gered. Helaas kwamen 12 personen, waaronder drie baby’s, om in de golven.

.

Frans Naerebout (Den onverschrokken Naerebout, aldus een regel van het Zeeuwse volkslied) werd op 30 augustus 1748 te Veere geboren en vertrok op twintigjarige leeftijd naar Vlissingen. Mede door zijn werk als vissersman had hij veel kennis van de vaargeulen en de gevaarlijke zandbanken. Als visser verrichtte hij daarom ook loodsdiensten. Vijf jaar na de ramp met de Woestduyn kwam hij als loods in dienst bij de Oost-Indische Compagnie

 

Met het binnentrekken der Fransen en het einde van de V.O.C. werd Frans Naerebout in 1796 ‘gepensioneerd’. Op zestigjarige leeftijd verhuisde het gezin Naerebout naar Goes alwaar hij vier jaar later sluismeester werd bij het Goese Sas.

Bepaald niet rijk stierf hij op 29 augustus 1818, waarna hij in de grote Maria Magdalena kerk te Goes werd begraven. Honderd jaar later werd ter ere van hem op de Boulevard, aan het einde van de Coosje Buskenstraat, een standbeeld onthuld. Tijdens de oorlogshandelingen bij de bevrijding van Vlissingen in 1944 liep dit monument onherstelbare beschadigingen op. In 1952 kwam een ander standbeeld van hem op het Bellamypark. Zeer terecht is dit standbeeld weer verplaatst naar Boulevard de Ruijter waar hij nu uitkijkt over de soms woeste zee die hij met zijn moedige redding tartte.

 

Literatuur:

Jona Willem te Water

Bericht wegens het verongelukte Oost-Indische schip Woestduin en de redding der schepelingen. GAV biblio nr. 13.


Stamperius, J.

Frans Naerebout.  2004

Naerebout
1748 - 1818
niets toegewezen NaereboutNaereboutNaereboutNaereboutNaereboutNaerebout