Ander stadsbestuur nodig.

 

De welvaart van de Gouden Eeuw,  was voor vele Vlissingers in de tweede helft van de achttiende eeuw  voorgoed voorbij. Rond 1775 was er nog wel een opleving door de smokkelvaart , de zogenaamde sluikvaart op Engeland, met tabak en jenever. De economische achteruitgang daarna was voornamelijk het gevolg van het wegvallen van de West-Indiëvaart en het einde van de kaapvaart ofwel de vrije nering.

 

De werkeloosheid, mede als gevolg van de blokkades tijdens de 4e Engelse oorlog, zorgde voor een duidelijk zichtbare kloof tussen arm en rijk. Na verloop van tijd ontstond in het hele land, en ook in Vlissingen, onrust onder de bevolking. Een aantal regenten probeerde de bestuursbaantjes binnen de eigen familie of vriendenkring te houden. Ook prins Willem V ontkwam niet aan de kritiek.

Er vormden zich twee groeperingen, de oranjegezinden en de patriotten, die elkaar met oorbare en minder prettige middelen bestreden. Ook in het stadsbestuur was sprake van een tweedeling.

 

Als eind juni 1787 in de haven een jacht uit Dordrecht aanmeerde zonder prinsenvlag, maar wel met de patriottenvlag , gaf dit aanleiding tot hevige onlusten. Een deel van de bevolking had het op de schipper van het jacht voorzien. Deze zag zich genoodzaakt uit te wijken naar Middelburg. Het patriottisch deel van de Vlissingse bevolking wilde de vijandige houding ten opzicht van de schipper niet accepteren en er ontstonden onderlinge scheldpartijen en pesterijtjes. Ook binnen de vroedschap ontstonden grimmige verhoudingen.

Vooral boekverkoper Corbelyn moest het als patriottisch gezinde ontgelden. Eind augustus gooiden orangisten bij zijn woning enkele ruiten in waarbij zij ook zijn huis wilden binnengaan.

 

Amper een maand later werd de stemming onder de bevolking pas echt explosief toen er een gerucht de ronde deed dat enkele patriotten  een orangist wilden vermoorden. Of dit plan werkelijk door de patriotten was opgezet blijft onzeker, want later werd  beweerd dat het vuurtje door orangisten zelf zou zijn opgestookt. Feit was wel dat  Corbelyn opnieuw het mikpunt van een woedende menigte werd. Ditmaal werd zijn huis bestormd en geplunderd. Maar niet alleen zijn huis was doelwit, ook woningen van andere patriotten moesten het ontgelden. Een aantal van 45 woningen werd daarbij totaal vernield en nog eens 17 woningen werden geplunderd en zwaar beschadigd. De volgende dag dwong ‘het volk’ 10 leden van het stadsbestuur die als patriot werden beschouwd, tot een gedwongen afstand te van hun raadszetels. Vele patriotten vluchtten weg uit Vlissingen naar Vlaanderen en Frankrijk.

 

Twee jaar later brak de Franse revolutie uit, een gebeurtenis die voor de Nederlanden en voor Vlissingen in het bijzonder verstrekkende gevolgen zou hebben. In het begin van 1795, trokken de Franse troepen van Napoleon Vlissingen binnen. Het zittende ‘oranje’ stadsbestuur werd meteen aan de kant geschoven en vervangen door patriottisch gezinde personen. Stadhouder prins Willem V moest met zijn gezin naar Engeland vluchten.

Vlissingen behoorde nu tot de Bataafse Republiek en het motto zou voortaan luiden: ‘Vrijheid, Gelijkheid en Broederschap’. Vrij snel daarna werden bijeenkomsten gehouden waarbij de ‘burgers’ de gelegenheid kregen zelf een nieuw gemeentebestuur te kiezen. Een keuze die ze voordien nooit hadden gehad, daar de vroegere regenten de bestuursbaantjes meestal onderling verdeelden.               

 

 

Literatuur:

Peters, C.H.J.,

Vlissingen in de patriottentijd 1780-1787.   GAV, Bibliotheeknr.3988

Patriottentijd
1780 - 1795
niets toegewezen PatriottenPatriottenPatriottenPatriottenPatriottenPatriottenPatriottenPatriottenPatriotten