Vlissingen op de kaart gezet. 

 

Rond 1860 waren in Vlissingen een aantal belangrijke projecten ter hand genomen: een grondige verbetering van de sluizen, de vernieuwing van beschoeiingen van de haven en de vervanging van de houten brug bij de Kerkstraat door een basculebrug.

 

Er kwam een grote kerk voor de Hervormde Gemeente aan de Pottekaai en aan die zelfde kaai werd de nieuwe Rooms Katholieke kerk ingewijd. Maar de belangrijkste werkverschaffer was de marinewerf die meerdere schoeners en fregatten afgeleverd had.

 
Naast een kleine welvarende bovenlaag en een langzaam groeiende middenklasse bestond de bevolking uit arme hardwerkende arbeiders en vissers. Met een dagloon van amper f. 1,-- moesten zij zorgen dat er brood op de plank kwam voor hun gezin. De Bank van Lening had het in die periode bijzonder druk. Naast een gering aantal sieraden dat werd beleend bestond het merendeel van de panden uit kleding en huisraad. 's Maandags bracht men de spullen naar de bank en 's zaterdags weer opgehaald tegen betaling van de rente van 1 á 2 cent. Zo werden er in 1862 ca. 40.000 panden beleend en dat op een bevolking van amper 11000 zielen.
 
De situatie werd er niet beter op toen het gerucht ging dat de Marinewerf zou worden verplaatst. De scheepswerf, die aan ongeveer 900 mensen werk bood, vertrok inderdaad naar Den Helder, de stad berooid achterlatend. Hoewel een klein deel van de personeel mee kon verhuizen, vervielen de meeste werklieden, die amper lezen en schrijven konden, tot bittere armoede en waren aangewezen op de armenzorg.    
 
Een gepensioneerde Kapitein ter Zee, dhr. M.H. Jansen, zorgde voor hoop op betere tijden. Hij had het voor elkaar gekregen dat er in 1871 een voorstel van wet werd ingediend tot bevordering eener geregelde stoomvaartdienst tusschen Vlissingen en New-York.
De Kamer van Koophandel te Vlissingen, met als voorzitter F. Wibaut, schaarde zich enthousiast achter dit voorstel.Helaas voor Vlissingen is het bij een wetsvoorstel gebleven.
 
Met de aanleg van de Sloedam in 1871 werd de spoorlijn vanaf Roosendaal tot Vlissingen doorgetrokken. Daarmee kwam een einde aan de geïsoleerde positie van het eiland Walcheren en van Vlissingen. Ook werd in die periode het kanaal door Walcheren gegraven. De aanleg daarvan had voor de Walchenaren niet veel werkgelegenheid opgeleverd. Het merendeel van de arbeiders bestond uit Belgen, die met minder loon genoegen namen dan de inheemse bevolking.
Een wel zeer belangrijke economische impuls voor Vlissingen was de nieuw aangelegde buitenhaven met de twee binnenhavens en het sluizencomplex. Voor het feest rondom de openingsceremonie door koning Willem III in 1873 trok het verheugde stadsbestuur drie dagen uit..

Gelijk eene bruid zich tooit om hare bruiloft te vieren, zoo tooit zich ook onze stad, om het feest der opening van hare Spoorweg- en havenwerken zoo luisterrijk mogelijk te maken. Aldus de Vlissingsche Courant van donderdag 11 september in haar feesteditie.

 

Literatuur:

 

S.C. Coenraads Pieterse     

Uitvoerig verslag van de Feestelijkheden bij de plechtige opening

der Haven- Kanaal- en Spoorwerken.  Middelburg 1873

 

Havenwerken
1873
niets toegewezen HavenwerkenHavenwerkenHavenwerkenHavenwerkenHavenwerkenHavenwerkenHavenwerkenHavenwerken