Opkomst toerisme.

 

De eerste serieuze plannen om van Vlissingen een badplaats te maken dateren van rond 1880. Met de nieuw aangelegde spoorlijn vanaf West-Brabant kwamen er dagjesmensen. De Stoomvaart Maatschappij Zeeland zorgde voor enkele Engelse verblijfstoeristen. Maar echt goed kwam het toerisme niet van de grond.

 

Vlissingen maakte onder leiding van de toenmalige burgemeester Arie Smit, in 1886 een uitbreidingsplan dat de oude binnenstad moest ontsluiten. Een brede weg, de Badhuisstraat, werd de verbinding tussen de oude stad en het badstrand. Op de duinen bouwde men een groot hotel, het Grand Hotel les Bains. In de zalen van dit hotel vonden al spoedig concerten en andere activiteiten plaats. In de beginperiode was het hotel echter ‘s winters gesloten en de exploitatie was daardoor op den duur niet rond te krijgen. Dat veranderde in 1923 toen het hotel bij een openbare veiling in handen kwam van de Stoomvaart Maatschappij Zeeland. Na een grondige renovatie werd de naam gewijzigd in Grand Hotel Britannia.

 

Op het strand bij de Boulevard Evertsen kon men badkoetsjes huren die door een paard naar de waterkant werden gereden. Op de plaats van het latere Strandhotel kwam het zogenaamde ‘Badkaartenbuffet’. Grote aantallen hoge rieten badstoelen op het strand moesten het de badgast zo comfortabel mogelijk te maken. Een muziektent zorgde op gezette tijden voor het nodige amusement en in een badpaviljoen kon men de dorstige keel voorzien van een frisse drank  De ‘Maatschappij Zeeland’ zorgde regelmatig voor Engelse toeristen die in ‘Brit’ van een rustige strandvakantie konden genieten.

De stadswal werd als boulevard tot voorbij het hotel doorgetrokken waardoor deze bijna 2 km lange wandelpromenade het visitekaartje van Vlissingen werd. Vanaf die tijd kwam het toerisme goed op gang.

 

Het gemeentebestuur ondernam intussen ook pogingen vliegverkeer naar Vlissingen te halen. Omstreeks 1922 werd, waar nu Westerzicht ligt, een vliegveld in gebruik genomen. Vier jaar later stelde men het terrein open voor zowel burgerluchtvaart als voor militaire vliegtuigen. In 1932 ging de KLM met de lijndienst Rotterdam-Haamstede-Vlissingen van start. Bij de Duitse aanvallen in mei 1940 vormde het vliegveld het eerste doelwit. 

 

Een echte publiekstrekker in de jaren voor de oorlog was de wandelpier voor Boulevard Bankert. Op de kop van deze pier ontwierp de Vlissingse architect J. Götzen een paviljoen  dat naast een dansvloer ook voorzien was van een toneel   Op 30 mei 1936 verrichtte burgemeester Van Woelderen de officiële opening van de pier. Op die dag vertrok een feestelijke optocht, bestaande uit verenigingen, muziekcorpsen en huifkarren, vanaf het Bellamypark en trok via de boulevards langs de pier. Een spetterend vuurwerk vormde de afsluiting van deze dag. Lang hebben de Vlissingers en de toeristen niet kunnen genieten van de wandelpier, want met de komst van de Duitse bezetter werd de pier in 1943 vernield.      

Eenzelfde lot trof het eens zo fraaie Grand Hotel Britannia. De Duitse bezetters bouwden het om tot hun hoofdkwartieren met aan beide zijden zware bunkers. Bij de bevrijding van Vlissingen verwoestten de geallieerde troepen het gebouw totaal door het te bestoken met o.a. fosforgranaten.

Literatuur:

Christ Peters

Grepen uit Vlissingens verleden.

Badplaats met allure
1880
niets toegewezen BadplaatsBadplaatsBadplaatsBadplaatsBadplaatsBadplaatsBadplaatsBadplaatsBadplaats