Vergeten woonwijk.

 

Na de Tweede Wereldoorlog bleef een zwaar gehavend Vlissingen achter. De bombardementen, de inundatie en de gevechten tijdens de bevrijding hadden hun verwoestende werk gedaan. Wat bleef was een enorm tekort aan woonruimte.

 

In een samenwerkingsverband tussen de woningbouwverenigingen en de gemeente werd in oktober 1945 de Stichting Noodwoningen Vlissingen opgericht. Het doel was de bestaande en uitgeweken inwoners zo snel als mogelijk een tijdelijke huisvesting te bieden.

In de Paul Krugerstraat, tussen de Van Dishoekstraat en de Keersluisbrug, kwamen aan de noordkant een aantal houten noodwoningen en aan de andere kant tien zogenaamde nissenhutten. Ook aan de Singel,op het Van Nispenplein en in de omgeving van de Vredehoflaan bouwde men verschillende soorten noodwoningen. Op die manier konden ongeveer 200 gezinnen aan tijdelijke woonruimte worden geholpen. Maar de woningnood was zo groot, dat op korte termijn voor het dubbele aantal gezinnen woonruimte nodig was.

 

Inmiddels was voor het onderbrengen van de arbeiders van de Dienst Uitvoering Werken (DUW) aan de noordkant van de buitenhaven een zogenaamd Zwitsers barakkenkamp opgezet. De Stichting Noodwoningen was van mening dat op het daarnaast gelegen terrein, eigendom van de N.V. Haven van Vlissingen, nog voldoende ruimte was voor een groot aantal noodwoningen. Zo ontstond het zogenaamde Havendorp. Vanaf juni 1946 konden de eerste bewoners er terecht. Het was een complete woonwijk met 389 woningen, een politie- en brandweerpost en10 noodwinkels voor de bakker, slager, kruidenier etc. Verder een gebouwtje genaamd ‘De Zonnebloem’ waarin naast filmvoorstellingen, bruiloften en partijen e.d. ook kerkdiensten werden gehouden. Allemaal faciliteiten waar menig Walchers dorp jaloers op kon zijn. Een school was er echter niet, zodat de schoolgaande jeugd met speciale bussen naar de diverse Vlissingse scholen in de binnenstad moest worden vervoerd.

Van de woningen waren er 330 in steen en de overige 59 als houten systeemwoning opgezet. De oppervlakte per woning was ongeveer 40 m², groot genoeg voor een woongedeelte van vier bij vier meter met nog drie kleine slaapruimten, een toilet en een kolenhok.  Aan de achterzijde had elke woning een klein tuintje met een berging.

 

Zeker in de beginperiode was er in het Havendorp sprake van een hechte sociale gemeenschap. De  Vereniging Havendorps Belang, door de bewoners opgericht,  probeerde in samenspraak met de Stichting Noodwoningen Vlissingen, kleine en grote problemen op te lossen. Door een toenemende last van ratten en muizen wees men b.v. een verzoek van enkele bewoners voor het houden van kippen, konijnen en duiven categorisch af.

 

Vanaf 1956 veranderde het beeld van saamhorigheid. Het Havendorp kreeg een minder goede naam, waarbij zelfs gesproken werd over een asociale buurt. In een rapport ‘Het Havendorp en zijn bewoners’ werden een aantal knelpunten opgesomd:  slechte toegangswegen, matige busverbinding, onvoldoende verzorgingskader, wegtrekken van ‘goede’ gezinnen, komst van zwakkere gezinnen en gebrek aan ‘local leaders’. Kortom de toekomstverwachtingen stemden tot somberheid. Zeven jaar later begon de afbraak van het Havendorp. Op dezelfde plaats is nu een zand en grind verwerkend bedrijf gevestigd. 

Literatuur:

Jan Hintzen,

Het Havendorp.  'Den Spiegel',  nr. 4 - 2004.

Het Havendorp
1945 - 1963
niets toegewezen HavendorpHavendorpHavendorpHavendorpHavendorpHavendorp