Veel armoede in de Gouden Eeuw.

 

Tot de typisch Nederlandse woonvormen behoren ongetwijfeld de hofjes. Vlissingen kende er ook een aantal. Enkele daarvan zijn verdwenen zoals het hofje bij het oude Gasthuis en het hofje van de erve Bok bij de Walstraat. Van de nog bestaande hofjes De Pauw en de Hoge Erve of Zeemanserve, is de laatste het meest bekend.

 

 

Officieel is dit eigenlijk het Cornelia Quakshofje, genoemd naar de oprichtster, maar in de volksmond wordt het veelal aangeduid als de Zeemanserve. Gelegen tussen de Spuistraat en de Walstraat is dit hofje een oase van rust, waarvan ook sommige Vlissingers het bestaan niet kennen.

Naast welvaart was er in de ‘Gouden Eeuw’ veel, heel veel armoede in Vlissingen. Mannen die konden werken hadden nog wel enige inkomsten, maar weduwen, wezen, invaliden en bejaarden waren afhankelijke van de armenzorg. Het aantal weduwen was groot, want veel zeelieden sneuvelden bij zeegevechten of kwamen om tijdens lange reizen naar verre oorden. Ook stierven er door gebrek en ondervoeding veel jonge ouders waardoor het aantal wezen talrijk was.

De weduwe Quak die in Den Haag woonde, kende het begrip ‘hofje’ en was begaan met het lot van de veelal arme zeemansweduwen met kinderen. Op een zelkheuvel, die was ontstaan door het afval van de zoutwinning op een hoop te gooien, bouwde het Vlissings stadsbestuur in 1643 met geld van de weduwe Quak 23 huisjes.

De huisjes werden in een vierkant gebouwd met binnenin een gezamenlijk bleekveld. De afmetingen van ieder huisje waren gemiddeld 3 bij 5 meter met op de begane grond een stook- en slaapplaats en op zolder nog een tweede beperkte slaapplaats.

Al vanaf het begin liet het onderhoud van de huisjes te wensen over. Een en ander blijkt bij de overdracht van de huisjes aan de diaconie in 1650. In dat jaar moest er duizend gulden worden bijbetaald om de vervallen huisjes enigszins op te knappen.

 

Honderd jaar later werd de Zeemans- en Visschersbeurs opgericht. Er was in die periode een tekort aan scheepsvolk. Hoewel de handelsvloot flink was uitgedund, was er toch een tekort aan zeevarenden. Ook de visserij kampte met een tekort aan personeel. De ‘beurs’ moest er voor zorgen dat er weer animo kwam om te gaan varen. Er werden premies uitgeloofd als men voor minstens zeven jaar ging varen en er kwam een pensioenfonds voor hen die de leeftijd van 60 jaar hadden bereikt. Ook kregen de weduwen en wezen van omgekomen zeelieden  een klein pensioentje. Door een schenking van de diaconie werd de Zeemans- en Visschersbeurs in 1786 eigenaar van de huisjes.

Twee honderd jaar later bleek, na een inspectie, dat de woningen niet meer aan minimale huisvestingsnormen voldeden. De eigenaar van het complex voegde toen een aantal huisje samen, zodat er van de oorspronkelijke 23 huisjes nog maar tot 13 overbleven. In 1980 was de renovatie klaar en 15 jaar later kreeg het complex de status van monument, zodat met de jaarlijkse subsidie, het hofje van liefdadigheid in redelijke staat kan worden gehouden. 


Literatuur:

Ada van Hoof 

Vlissingen bijzonder wonen.- 90 jaar volkshuisvesting.  Vlissingen 1999

Zeemanserve
1643
niets toegewezen ZeemanserveZeemanserveZeemanserveZeemanserveZeemanserveZeemanserveZeemanserveZeemanserve